Laat in de nacht

Het is laat in de nacht
En de maan is een sikkel
Misschien zou ik moeten weten
Welke fase het is
Voor de zekerheid.

Het is laat in de nacht
En de straten zijn leeg
Misschien zou je moeten weten
Dat ik je mis
Nu en altijd.

En de stenen lichten op
Wanneer ik er over loop
En het rode licht zegt stop
Als ik bijna overkook

Waar ben je?
Waar blijf je?

Het is laat in de nacht
En de schaduwen zijn zwart
En de straatlantaarn
Versterkt het licht van de maan
Voor de zekerheid

En mijn dromen lichten op
Wanneer jij er over loopt
En mijn goed verstand zegt stop
Als het bijna overkookt

Waar was je?
Waar bleef je?

Nu is het laat in de nacht
Heb ik op je gewacht
Altijd laat in de nacht
Slaap zacht.

Advertenties

Het Zwarte Scherm

Het monster brulde en schudde zijn gewonde kop heen en weer. Woedend keek het Liza aan en stormde toen weer op haar af. Liza glimlachte en vuurde nog een lichtflits op het groene beest af, genietend toekijkend hoe het schreeuwend ter aarde stortte. Plotseling werd haar aandacht getrokken door een beweging rechts van haar. Een ander beest sprong op haar af en slokte haar in één hap op.

“Verdorie!” gromde Liza.

Het scherm werd zwart.

Ze zuchtte en leunde mokkend achterover in haar stoel. Altijd, maar dan ook altijd ging ze weer game-over bij dit stukje. Gek werd ze ervan. Maar eens, eens zou ze het halen, zwoer ze bij zichzelf. Die stomme monsters hadden het nakijken. Zij, Liza Janssen, was heerseres over de games!

Ze besloot eerst maar eens wat te drinken te pakken voor ze zich weer op de griezels stortte. Terwijl ze een glas cola inschonk, mijmerde ze over hoe geweldig het was om alleen thuis te zijn, en net zoveel te kunnen computeren als ze maar wilde. En lekker veel cola te drinken, bedacht ze grijnzend. Met het overvolle glas in haar hand liep ze terug naar de computer.

Dat was vreemd. Het leek wel alsof die uit zichzelf verder was gegaan. Ze herinnerde zich toch echt dat ze was gestopt nadat ze game-over ging, en normaal gesproken zou er dan de vraag verschijnen of ze opnieuw wilde beginnen. Maar nu sprongen de monsters al weer vrolijk over het scherm.

Met een geïrriteerde frons zette ze haar cola weg en plofte weer in de bureaustoel. Haar computer deed wel vaker raar, maar dit was echt het toppunt!

Liza tuurde naar het scherm, en besloot om maar gewoon weer verder te gaan. Ze had waarschijnlijk toch op één of andere knop gedrukt of zo. Het was een wonder dat ze nog niet game-over was gegaan.

Algauw zat ze weer lekker in het spel, en kwam ze verder dan ooit. Toen ze een nieuwe wereld vrijspeelde, juichte ze. Het ging geweldig!
Net toen ze bezig was met het verslaan van een hele meute lijken, die massaal uit hun graven gekropen kwamen, kwam er iets nieuws in beeld, een verdacht normaal uitziend mens, die haar plots recht aankeek.
Kippenvel liep over Liza’s armen, maar toen het figuur opeens hardop begon te praten viel ze echt bijna van haar stoel.

“Liza Janssen…”

Rustig, zei ze bij zichzelf. Ze had natuurlijk haar naam ingevuld voor ze begon, toch?

“Ik weet wat je denkt” zei de man. “Ik weet alles van je.”

Dit hadden ze er natuurlijk in geprogrammeerd. Een verrassing voor degene die het tot hier wist te schoppen.

“Kijk” fluisterde de man en plots veranderde de omgeving waarin hij stond.

Gefascineerd keek Liza, die had besloten dat het hele gedoe gewoon een leuke afwisseling in het spel was, naar… Naar…

Op dat moment werd het scherm zwart.

“Liza! Ik heb je nou al duizend keer gezegd dat je moet afsluiten! We gaan eten!”
Verdwaasd keek ze op van het scherm. Daar stond haar moeder, die juist haar hand wegtrok van de uitknop. Liza keek weer naar het scherm.
“U wordt afgemeld. Uw instellingen worden opgeslagen.”

—-

Het was niet eerlijk, dacht Liza, nijdig kauwend op haar gehaktbal. Waarom moest haar moeder nou weer zo vroeg thuiskomen? Ze was zo in haar spel verdiept geweest dat ze niets had gemerkt- Niets van het binnenkomen, niets van de etensgeuren, zelfs haar naam die geroepen werd niet. En toen had haar moeder de computer zomaar uitgezet! Het was gewoon…

Liza Janssen”

Ze verstijfde, haar vork nog midden in de lucht. Dit kon niet, dit was simpelweg onmogelijk!

Kom naar de begraafplaats”

Dit was niet aan het gebeuren. Haar fantasie was op hol geslagen, dat was duidelijk. Ze hoorde geen stem in haar hoofd van een gamefiguur die haar vertelde dat ze naar het kerkhof moest gaan… Belachelijk.

“Liza…”

Toch klonk het behoorlijk echt. Was ze gek aan het worden? Ze hoopte van niet.

“Kom naar het kerkhof…”

Ze moest erachter zien te komen. Als er inderdaad iemand op haar wachtte, was dat in ieder geval het bewijs dat ze niet gek aan het worden was. En ergens vond ze het ook wel spannend.
Liza schoof haar bord van zich af. “Mag ik van tafel?”

Buiten was het guur en het begon al te schemeren. Liza huiverde en trok haar jas nog wat dichter om zich heen. Waarom was ze hier ook al weer op ingegaan? Toch was er iets dat haar verder trok. De onweerstaanbare roep van het geheimzinnige, misschien…

Daar was het kerkhof. Het grote, smeedijzeren hek ging krakend open- Typisch, bedacht Liza. Dit was het moment waarop ze eigenlijk terug zou moeten keren, snel terug naar huis voordat de griezels uit hun graven zouden komen. Maar ze ging door. Zij was Liza Janssen en ze kon alles aan!

Er hing in ieder geval geen mist, dacht Liza terwijl ze op een bankje ging zitten. Maar wat nu?

“Ik wist dat je zou komen.”

Geschrokken keek ze in de richting van de stem. Daar kwam een man aangelopen, waar ze onmiddellijk kippenvel van kreeg. Hij leek als twee druppels water op de man uit het spel!

“Ha… Hallo” stamelde ze. Wat moest ze verder nog zeggen?

“Kom mee” zei de man en stak een lange, bleke hand uit. “Dit keer zal niemand ons tegenhouden.”

Hoe wist hij dat?

“Waar… Waarheen?” klappertandde Liza. Normaal gesproken zou ze er niet over gepiekerd hebben met onbekenden mee te gaan, maar deze man had iets… Magisch?

“Naar de andere kant van het scherm” zei de man simpelweg en pakte haar hand.
Op dat moment was alles verdwenen.

Thomas vond het maar niets. Volgens Liza was dit absoluut een geweldig spel, dat hij beslist eens moest spelen, maar hij begreep niet wat er nou zo leuk was aan telkens weer dezelfde monsters neerhalen met felgekleurde lichtflitsen, en tegen de tijd dat hij überhaupt doorhad wat hij moest doen, was hij alweer game-over. De rode letters op het scherm leken hem uit te lachen, en geïrriteerd drukte hij weer op “opnieuw”. Hij moest toch meer punten kunnen halen?

Terwijl hij zo speelde en wat door de wereld rondliep –alle gevaren zo veel mogelijk ontwijkend- werd zijn aandacht getrokken door één van de figuren. Het was een meisje, opvallend gewoontjes tussen al die rare wezens, hoewel ze ook lichtflitsen leek af te vuren, net als hij. Maar dat was niet hetgeen waar de haartjes in zijn nek van overeind gingen staan. Hij kende dat meisje.
Het was Liza.

Hoe kwam ze daar? Dit spel was geen multiplayer, daar was hij zeker van. Bovendien, je kon helemaal geen avatar maken die precies op jou leek. Het was alsof ze ín het spel zat, fysiek, met lange blonde haren, diepblauwe ogen en al. Zelfs haar gezichtsuitdrukking klopte- het was niet het lege, uitdrukkingsloze gezicht van het spel, maar hij zag het bekende fronsrimpeltje, het gezicht dat ze altijd trok als ze zich ergens hard op concentreerde. Ze haalde een monster neer en lachte triomfantelijk- En hoewel hij zeker wist dat hij het geluid had uitgezet kon hij haar lach horen, het klonk precies zoals ze altijd lachte, de lach die zijn hart sneller deed kloppen. De lach die hem had overgehaald om dit spel te spelen…

Ze liep weg nu, en hij haastte zich achter haar aan. Ze lachte niet meer, maar keek verdrietig. Ze haalde iets uit haar zak… Een foto. Het was er een van haar en haar beste vriendin, samen, lachend… Een traan viel op het plaatje. Ze wilde naar huis…

“Liza…” fluisterde Thomas. Dus daarom had ze zo lang niets van zich laten horen deze vakantie. “Liza…” En toen harder, alsof hij haar riep: “Liza! LIIZAAA!!!”

“LIIZAAA!”

Riep daar iemand haar naam? Verward keek ze om zich heen. Niemand. Maar wacht- Wat deed die deur daar? Die was er daarnet nog niet, dat wist ze zeker. Nou verschenen er wel vaker zomaar deuren in het spel, maar dit was toch wel erg toevallig. En die stem… Ze kende die stem. Was dat niet de stem van…
“Thomas?” fluisterde ze onzeker.

Geen antwoord. Ze had het zich vast verbeeld, omdat ze aan thuis dacht. Thomas was die jongen waar ze al tijden verliefd op was… Maar ze had het hem nooit durven vertellen. Nu voelde ze haar verliefdheid weer opvlammen, het deed haar bijna fysiek pijn, omdat ze hem nooit meer zou zien… Nooit meer… Alleen maar door haar verlangen naar het bovennatuurlijke…

De deur stond er nog steeds. Hij leek anders dan de andere deuren in het spel- Geen oude kasteelpoort, geen felle kleuren of fonkelende sterren… Gewoon een deur, zoals zij ze thuis ook hadden. Thuis…

In een opwelling liep Liza naar voren. Ze pakte de deurkruk- Hij voelde aangenaam en vertrouwd, geen verzengende vlammen, geen ijzige kou. Langzaam drukte Liza hem omlaag en duwde de deur open.

Een fel licht verblindde haar, en even was ze bang dat ze zich vergist had, dat dit gewoon bij het spel hoorde, gewoon de zoveelste nieuwe wereld was vol monsters die ze moest verslaan… Ze knipperde met haar ogen, en deed haar best niet te huilen. Huilen had geen zin…

“Liza?”
Ze knipperde opnieuw. Langzaam trokken de vlekken voor haar ogen weg, en ze merkte dat ze zich in een kamer bevond. Het volgende wat ze zag waren twee benen. En toen ze opkeek…
“Thomas!”

Hij was het, met zijn warrige zwarte haar en donkere ogen, hij keek haar verbijsterd aan, en liep toen zo snel als hij kon naar haar toe.
Ze zag nog zijn geschokte blik, voor ze flauwviel in zijn armen.

“Ik kan het niet geloven” zei Thomas.

“Ik weet het” beaamde Liza, frummelend aan een koortje. “Het ís ook tamelijk ongelofelijk.”

Ze zaten samen achter Thomas’ laptop, met z’n tweeën op één stoel. Het scherm was zwart, en bleef zwart.

——————————-
Geschreven: Januari 2011

Latijn

Sinds die ene les Latijn
Zie ik overal conjunctivi
(conjunctiva? conjunctivussen?)
Ik weet het niet
Maar ik zie ze.

Laat me er een paar voor je vertalen
Als je wilt
Natuurlijk.

Moge deze dans eeuwig duren
(optie één, de wens)
Laten wij dit moment niet verbreken
(optie twee, aansporing)
Want wat moet ik zonder jou?
(optie drie, twijfel)
Je moet niet weggaan
Mag niet
Zou niet moeten
(dat was optie vier)
En dan zou ik, heel misschien
volgens optie vijf,
een kusje kunnen stelen…

Als je wilt
Natuurlijk.

———————————————————

Gepubliceerd in: Amphora, september 2012

Lentedagen

Het is vier uur en lente

En er valt een ragfijn
net van druppels uit de hemel
Geen roze vleugels want
onze boom is gekapt.

Je humeur heeft de kleur van de hemel
en de nieuwgelegde straten;
ik zing een lied op het ritme van mijn stappen.

Het is vier uur en lente

Maar de auto is maar
vijftig stappen van het winkelcentrum
en dertig stappen van de supermarkt;
de aardbeien laten we liggen.

Dan zijn we weer thuis
Het is vijf uur en lente
We drinken sinaasappelsap uit de fles
met de smaak van jouw humeur.

De Hond Van Heleen

Het beloofde een mooie zomerse dag te worden.
Maar toen Heleen de zon door haar oogleden heen zag schijnen en langzaam wakker begon te worden in haar luxe appartement, wist ze instinctief dat er iets mis was. Met haar slaperige hoofd duurde het alleen even voor ze besefte wat er precies mis was.

Toen ze Paddy zijn eten bracht, wist ze het echter snel genoeg.

Een gevoel van paniek overspoelde Heleen toen ze besefte waarom ze zo aangenaam wakker was geworden. Normaal gesproken wekte het geblaf van haar nieuwe hond haar tegen etenstijd op de vroege morgen – en dat was precies wat er vandaag ontbrak. Paddy was weg. En waar Heleen ook zocht, ze kon hem nergens vinden.

“Nee.”
“Hoezo ‘nee’?” Verontwaardigd keek Heleen de man, die tegenover haar onderuitgezakt in zijn leunstoel zat, aan. “Hoe bedoel je, nee?”
“Het lijkt me dat u, met uw hoog opleidingsniveau, de betekenis van het woord ‘nee’ kent,” zei Sherlock Holmes verveeld. “Maar om het nog even voor u uit te spellen: nee, ik ga uw verdwenen hond niet zoeken. Vraag het de brandweer, zou ik zo zeggen.”
“Hij zit heus niet in een boom, dat is meer iets voor katten en ik- wacht even. Hoe weet je mijn opleidingsniveau? Dat heb ik niet verteld,” zei Heleen fronsend.

“U bent toch arts? Of nee, was, obviously.”
“Hoe-?”

“U heeft modder onder uw nagels en blaadjes in uw haar, niet de moeite genomen om dat te fixen – veel werk in de tuin, niet alleen vandaag. Veel vrije tijd, dus, wat ook ondersteund wordt door het tijdstip waarop uw hier bent gekomen. U woont hier, maar werkt niet in het dichtstbijzijnde ziekenhuis, dat zou John weten. Het is natuurlijk een mogelijkheid dat u ergens anders werkt, maar in combinatie met het voorgaande is het waarschijnlijker dat u met pensioen gegaan bent. Oh, hoe weet ik over het arts-zijn? Denkt u dat ik een arts niet herken terwijl ik een flat met één deel?” Hij knikte richting John, die er nogal ongemakkelijk uitzag. Hij grijnsde een beetje bij het zien van Heleen’s verbijsterde blik.

“Maar nogmaals, nee. Ik heb wel betere dingen aan mijn hoofd. De verdwenen hond van een vroegere arts? Dull.”

“Voor je het vraagt – ja, zo is hij altijd,” zei John verontschuldigend toen hij haar naar buiten liet.
En daar moest ze het mee doen.

Toen ze thuiskwam, zat er een brief in haar brievenbus.

Aan de verzorgster van Paddy, verkondigde de onheilspellende mix van uit kranten geknipte letters op het papiertje.
Met trillende vingers vouwde ze het open.

Snapshot_20141012

Ik heb Paddy in mijn macht. Het bewijs vindt u bijgesloten.
Als u Paddy ooit nog levend terug wil zien, en niet alleen in onderdeeltjes, dan hierbij mijn eisen –

 

De rest van de brief kon Heleen niet lezen, doordat haar zicht vertroebeld werd door tranen. Het enige wat ze kon ontwaren was de afsluiting van de brief: een grote, opzichtige letter M.

De envelop bevatte een bloederig, driehoekig voorwerp dat verdacht veel op een hondenoor leek.

 

“U weer? Ik dacht dat ik gezegd had dat u uw eigen hond moest zoeken?”
“Maar dit keer heb ik een brief gekregen,” zei Heleen met wanhopige stem. “Een dreigbrief. Met het afgesneden oor van Paddy!”
“Wat vervelend nou. Misschien wordt het dan tijd om naar de politie te stappen in plaats van de brandweer.”
“Je begrijpt het niet- een oor… En dan die dreigbrief…. Afgesloten met de letter M…!”
“De M zegt u?” Voor het eerst leek het gezicht van de man in de deuropening een andere emotie te vertonen dan pure verveling. Hij stak zijn hand uit. “Laat zien.”

“Sherlock, misschien kunnen we beter… ergens gaan zitten…” opperde John voorzichtig. Hij beantwoordde Heleen’s verwarde blik met een gelaten schouderophalen.

“Wat jij wilt.”

Eenmaal terug in de woonkamer gaf Heleen haar brief, inclusief oor, aan Sherlock af, die het vel papier gretig openvouwde en het bloederige object schijnbaar negeerde.

Zijn ogen vlogen over de regels en uiteindelijk zuchtte hij diep.

“Wat? Heb je iets gevonden?” vroeg Heleen vol spanning.

“Genoeg,” zei Sherlock verveeld.

“De letters komen uit de 7days -22 augustus 2014- wat een krant is voor jongeren dus de dader is hoogstwaarschijnlijk tussen de twaalf en zestien jaar oud. Eerder ouder dan jonger gezien het gebrek aan spelfouten in moeilijker woorden verderop in de brief. Het oor is overduidelijk geen oor maar een paddenstoel die komt uit het grasveldje drie straten verderop bij de High Street waar ik al had opgemerkt dat er bij mijn ochtendwandeling die dag een paddenstoel miste. De ketchup-“
“Welke ketchup?” onderbrak Heleen hem.

Sherlock rolde met zijn ogen. “De ketchup op het oor, of dacht u soms dat het echt bloed was? De ketchup komt uit…” Hij veegde wat van het rode spul op met zijn wijsvinger en likte het af. “De lokale supermarkt bij de High Street, natuurlijk. Conclusie de dader is een meisje van een jaar of zestien wonende in High Street 19. Boring.”

Dit alles zei hij zonder adem te halen en heel snel achter elkaar.
“Wacht even,” zei Heleen. “Hoe weet je dat het een meisje is? En dat de letters uit de 7days komen?”
Sherlock tikte verveeld op de dreigbrief. “Vertelt u mij eens, mevrouw van Basten, hoeveel jongens van zestien kent u die een appeltaart, uit eigen tuin en keuken, als losgeld zouden eisen? En wat de letters betreft, dit vond ik in de afvalbak naast het bankje waarnaast een paddenstoel miste.” Hij hield een vrolijk gekleurde krant omhoog waar duidelijk in geknipt was.

“Juist,” zei Heleen enigszins beduusd en ze vroeg zich af waarom ze in ’s hemelsnaam nog niet had opgemerkt dat het losgeld een appeltaart was. En waarom ze zich niet eerder had gerealiseerd dat de naam van de ontvoerder wel eens Merel zou kunnen zijn en dat dat haar nichtje was.

Sherlock gooide haar de krant toe. “Genoeg saaie zaken voor vandaag. John, laat jij haar even uit?”

De zon scheen in haar gezicht en de vogels floten vrolijk terwijl ze, met een verse appeltaart, naar het huis van haar nichtje liep en ze voelde zich lichter dan ze zich ooit gevoeld had.

Ja, het was beslist een mooie zomerdag.